arrivisme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·ri·vis·me
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord arrivisme -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

arrivisme o

  1. het streven om hoe dan ook vooruit te komen
  2. de overtuiging dat men het hoogste bereikt heeft, zelfingenomenheid
Verwante begrippen

Gangbaarheid

34 % van de Nederlanders;
48 % van de Vlamingen.