arrestatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·res·ta·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘inhechtenisneming’ voor het eerst aangetroffen in 1445 [1]
  • Afgeleid van arresteren met het achtervoegsel -atie
enkelvoud meervoud
naamwoord arrestatie arrestaties
verkleinwoord arrestatietje arrestatietjes

Zelfstandig naamwoord

arrestatie v

  1. (juridisch) een aanhouding door de sterke arm der wet
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen