armagnac
Uiterlijk
- ar·mag·nac
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘alcoholhoudende drank’ voor het eerst aangetroffen in 1891 [1]
- uit het Frans [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | armagnac | armagnacs |
| verkleinwoord | armagnacje | armagnacjes |
de armagnac m
- (drinken) een Franse brandewijn die de naam van zijn geboortestreek, Armagnac, draagt
- Het woord armagnac staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "armagnac" herkend door:
| 69 % | van de Nederlanders; |
| 74 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "armagnac" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ armagnac op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Drinken in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 69 %
- Prevalentie Vlaanderen 74 %