arische
Uiterlijk
- ari·sche
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | arische | arischen |
| verkleinwoord | - | - |
de arische v
- (persoon) (geschiedenis) aanduiding voor een blanke, niet-Joodse vrouw in de tijd van de nazi's
- ▸ Deze werkte grondig en verifieerde bij Calmeyer of inderdaad Els als arische naar huis kon.[1]
- vrouwelijke vorm van ariër
arische
- verbogen vorm van de stellende trap van arisch
- ▸ Het betrof toen ook een dictator, zij het een arische en juist geen zwarte.[2]
- Het woord arische staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron Ulli Jessurun d’Oliveira“De arisering van mijn tante Els” (27 april 2007) op volkskrant.nl
- ↑
Weblink bron Pieter Kottman“Sport in beeld” (28 november 2009) op nrc.nl
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -e in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Persoon in het Nederlands
- Geschiedenis in het Nederlands
- Bijvoeglijknaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal