Naar inhoud springen

argwanend

Uit WikiWoordenboek
  • arg·wa·nend
  • onvoltooid deelwoord van argwanen
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen argwanendargwanenderargwanendst
verbogen argwanendeargwanendereargwanendste
partitief argwanendsargwanenders-

argwanend

  1. gevoelens van verdenking koesterend
    • Ik ben daardoor een stuk argwanender geworden. 
     Van het lieflijke kindergezicht is niets meer overgebleven: de man achter de kassa kijkt hem argwanend aan, vraagt hem met een Surinaamse tongval of hij hem kan helpen.[1]
vervoeging van: argwanen
verbogen vorm: argwanende

argwanend

  1. onvoltooid deelwoord van argwanen
99 %van de Nederlanders;
97 %van de Vlamingen.[2]
  1. Safae el Khannoussi
    “Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim op Wikipedia, ISBN 9789493339125
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be