argusogen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·gus·ogen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord argusogen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

argusogen mv

  1. heel oplettend of zeer wantrouwend
    • Hij bekeek de offerte van het bedrijf met argusogen. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen