arglistig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • arg·lis·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen arglistig arglistiger arglistigst
verbogen arglistige arglistigere arglistigste
partitief arglistigs arglistigers -

Bijvoeglijk naamwoord

arglistig

  1. vaak anderen te slim af zijnde, bedrieglijk, sluw
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl