argipel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord argipel argipels

Zelfstandig naamwoord

argipel

  1. (geologie) archipel
    «Die Åland-eilande vorm 'n argipel in die Oossee .»
    De Ålandseilanden vormen een archipel in de Oostzee.