arden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·den

Werkwoord

vervoeging van
arren

arden

  1. meervoud verleden tijd van arren
    • Wij arden. 
    • Jullie arden. 
    • Zij arden. 


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
arder

arden

  1. derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van arder