arctisch
Uiterlijk
- arc·tisch
- van Arctisch bn , geschreven met een kleine letter volgens spellingregel 16.H
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | arctisch | arctischer | |
| verbogen | arctische | arctischere | |
| partitief | arctisch | arctischers | - |
arctisch
- extreem koud, behorend bij heel lage temperaturen
- ▸ Het is een uurtje voor de officiële perspresentatie, zo’n tien camera’s worden opgesteld in de persruimte die door de overspannen airconditioning arctisch aanvoelt.[1]
- verouderde spelling of vorm van Arctisch tot 2006
- Het woord arctisch staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "arctisch" herkend door:
| 81 % | van de Nederlanders; |
| 77 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑
Weblink bron Bart Hinke“Trainer Van Bommel schreef als speler al oefeningen op” (29 juni 2018) op nrc.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Oude spelling van het Nederlands van voor 2006
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 81 %
- Prevalentie Vlaanderen 77 %