archivaris

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·chi·va·ris
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord archivaris archivarissen
verkleinwoord archivarisje archivarisjes

Zelfstandig naamwoord

archivaris m

  1. (beroep) een persoon die een archief beheert
    De archivaris had alle dozen doorzocht, maar kon het artikel niet vinden.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
96 % van de Nederlanders
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl