archiduc
Uiterlijk
- ar·chi·duc
- uit het Frans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | archiduc | |
| verkleinwoord |
- Het woord archiduc staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| archiduc | l'archiduc | archiducs | les archiducs |
archiduc m
- mannelijke vorm van archiduchesse
- ↑ archiduc (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Adel in het Nederlands
- Voeding in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 8
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Voorvoegsel archi- in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Adel in het Frans