archi-
Uiterlijk
archi- [1]
- weinig gebruikt zie aarts-
- Het woord 'archi-' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
| Huidig bestand |
|---|
| 2 |
- Geluid: archi- (Vosges, Frankrijk) (hulp, bestand)
- IPA: /aʁ.ʃi/
archi-
- belangrijkste, voornaamste, hoogste in een bepaalde orde; aarts- [1]
- «duc → archiduc»
- hertog → aartshertog
- «duc → archiduc»
- (spreektaal) (gevolgd door een bijvoeglijk naamwoord) ontzettend
- «C'est archi-dégueulasse!»
- Dat is ontzettend smerig! [2]
- «C'est archi-dégueulasse!»
- ↑
Weblink bron archi- in: Centre Nationale de Résources Textuelles et Lexicales, 2012 op Centre national de ressources textuelles et lexicales 
- ↑ Wouw, Berry van de, Woordenboek populair Frans - Nederlands. Woordenboek van het Frans dat u op school nooit leerde, 2e druk, Breda: Uitgeverij Arti-Choc, 2014; p. 16
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Voorvoegsel in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 6
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Voorvoegsel in het Frans
- Spreektaal in het Frans