arbeidsloon

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·beids·loon
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord arbeidsloon arbeidslonen
verkleinwoord arbeidsloontje arbeidsloontjes

Zelfstandig naamwoord

arbeidsloon o

  1. inkomsten die men ontvangt door het uitvoeren van werk
    • Mijn arbeidsloon wordt meestal rond de 20e gestort. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl