arbeidsgeschiktheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·beids·ge·schikt·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord arbeidsgeschiktheid arbeidsgeschiktheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

arbeidsgeschiktheid v [1]

  1. de mate waarin iemand in staat is om betaalde arbeid te verrichten
    • In het verslag staan opmerkingen als „De directie is alleen geïnteresseerd in aantallen, niet in de kwaliteit van de keuring”, zo liet RTL Nieuws zien. Er heerst gebrek aan vertrouwen in de top. De woordvoerder wijst erop dat er niet alleen kritiek in staat. „Er blijkt ook duidelijk uit dat de mensen betrokken zijn bij hun cliënten en zich graag voor hen inzetten.” F. Paling, directeur uitvoering divisie arbeidsgeschiktheid, heeft er vertrouwen in dat de problemen kunnen worden opgelost. [2] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen