approximatief
Uiterlijk
- Geluid: approximatief (hulp, bestand)
- IPA: / ɑprɔksima'tif / (5 lettergrepen)
- ap·proxi·ma·tief
- afgeleid van approximatie met het achtervoegsel -ief
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | approximatief | approximatiever | approximatiefst |
| verbogen | approximatieve | approximatievere | approximatiefste |
| partitief | approximatiefs | approximatievers | - |
approximatief
- bij raming (benadering) bepaald of opgegeven, benaderd
- Het woord approximatief staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "approximatief" herkend door:
| 71 % | van de Nederlanders; |
| 89 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 5 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ief in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 71 %
- Prevalentie Vlaanderen 89 %