approximatief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ap·proxi·ma·tief
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen approximatief approximatiever approximatiefst
verbogen approximatieve approximatievere approximatiefste
partitief approximatiefs approximatievers -

Bijvoeglijk naamwoord

approximatief

  1. bij raming (benadering) bepaald of opgegeven, benaderd

Gangbaarheid

71 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be