apprenti
Uiterlijk
- van Oudfrans aprentis (cas sujet) / aprentif (cas régime) "leerjongen"; de -s van apprentis verdween in de 16de eeuw en de vormen apprentisse, apprentif, apprentive zijn pas verdwenen in de loop van de 18de eeuw; afkomstig van Volkslatijn *apprenditicius, wat via een volkse vorm *apprehenditus afkomstig is van Latijn apprehendere (modern Frans apprendre) [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| apprenti | l'apprenti | apprentis | les apprentis |
apprenti m
- leerjongen [1]; trainee; stagiair
- (figuurlijk) beginneling
- mannelijke vorm van apprentie
- apprentissage
- ↑ apprenti (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.