appreciëren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ap·pre·cië·ren, ap·pre·ci·eren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
appreciëren
apprecieerde
geapprecieerd
zwak -d volledig

Werkwoord

appreciëren

  1. (overgankelijk) naar waarde schatten, op prijs stellen
    Dat werd bijzonder geapprecieerd.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Wiktionnaire
  2. etymologiebank.nl