applique

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: appliqué


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ap·pli·que
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord applique appliques
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

applique v / m

  1. versiering van een oppervlakte in de vorm van een daarop aangebracht motief gemaakt uit ander materiaal
    • Uit zwart haaieleer bestaat de band die aan weerszijden op de hoeken is versierd met geciseleerd beslag, voorstellende vier verschillende bloemen en vervaardigd door de Amsterdamse zilversmid Johannes Lutma II. Midden op het voor- en achterplat bevindt zich een ruitvormige applique met het wapen van de Amsterdamse familie Soolmans. [3]
  2. (verouderd) lamp die aan de wand is bevestigd
    • De fraaie applique in den vorm van twee elkaar omstrengelende bladeren, die even voor de trap haar licht liet vallen op de witte marmeren steenen, welke aan beide zijden van den traplooper uitstaken, brandde reeds haar drie kaarsen. [4]
Schrijfwijzen
Synoniemen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  applique     l'applique     appliques     les appliques  

Zelfstandig naamwoord

applique v

  1. applique, oplegsel, opnaaisel
  2. wandlamp

Werkwoord

vervoeging van
appliquer

applique

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van appliquer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van appliquer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van appliquer
Overerving en ontlening