appenzeller
Uiterlijk
- Geluid: appenzeller (hulp, bestand)
- IPA: / 'ɑpəntsɛlər / (4 lettergrepen)
- ap·pen·zel·ler
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | appenzeller | appenzellers |
| verkleinwoord | - | - |
de appenzeller m
- bewoner van het Zwitserse kanton Appenzell
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | appenzeller |
| verbogen | |
| partitief | appenzellers |
Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als bijvoeglijk naamwoord
appenzeller
- van, uit, betreffende het Zwitserse kanton Appenzell
- Het woord appenzeller staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Niet met deze vorm in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woordenlijst Nederlandse Taal