appelpannenkoeken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ap·pel·pan·nen·koe·ken

Zelfstandig naamwoord

appelpannenkoeken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord appelpannenkoek