appelaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ap·pe·laar
enkelvoud meervoud
naamwoord appelaar appelaars
verkleinwoord appelaartje appelaartjes

Zelfstandig naamwoord

appelaar m [1]

  1. (plantkunde) appelboom
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal