apocalyps

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Apocalyps

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • apo·ca·lyps
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord apocalyps apocalypsen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

apocalyps v/m

  1. (theologie), (religie) het o.a. in het Nieuwe Testament voorspelde einde van de wereld
    • De vier ruiters van de apocalyps. 
  2. (figuurlijk) een zeer dramatische gebeurtenis, in het bijzonder een die nog verwacht wordt
    • Angst voor een apocalyps. 
  3. (figuurlijk) onthulling, openbaring
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen