apertuur
Uiterlijk
- aper·tuur
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | apertuur | aperturen |
| verkleinwoord | - | - |
de apertuur v
- opening
- (medisch) kunstmatige opening in het menselijk lichaam
- (astronomie) (optica) wijdte van de licht doorlatende opening in optische instrumenten
- Het woord apertuur staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "apertuur" herkend door:
| 33 % | van de Nederlanders; |
| 42 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ apertuur op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Medisch in het Nederlands
- Astronomie in het Nederlands
- Optica in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 33 %
- Prevalentie Vlaanderen 42 %