apert

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • apert
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen apert aperter apertst
verbogen aperte apertere apertste
partitief aperts aperters -

Bijvoeglijk naamwoord

apert

  1. voor iedereen duidelijk, onmiskenbaar
    • Hij vertelt aperte leugens. 
    • Dat is apert onjuist, zo leert ons de geschiedenis. 
Vertalingen

Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders
38 % van de Vlamingen.

Verwijzingen