antwoord

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ant·woord
enkelvoud meervoud
naamwoord antwoord antwoorden
verkleinwoord antwoordje antwoordjes

Zelfstandig naamwoord

antwoord o

  1. de reactie op een vraag, van repliek voorzien (mondeling of schriftelijk)
    Op die vraag moet ik het antwoord schuldig blijven.
  2. reactie, van repliek voorzien
    Op die zet had ik geen antwoord.
  3. oplossing voor een gesteld probleem
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
antwoorden

antwoord

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van antwoorden
    Ik antwoord.
  2. gebiedende wijs van antwoorden
    Antwoord!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van antwoorden
    Antwoord je?


Afrikaans

Uitspraak
  • IPA: /ˈɐnt.vuə̯rt/
enkelvoud meervoud
naamwoord antwoord antwoorde

Zelfstandig naamwoord

antwoord

  1. antwoord
stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
antwoord
geantwoord
volledig

Werkwoord

antwoord

  1. antwoorden