antiquair

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·ti·quair
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘handelaar in oude kunst’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1660 [1]
  • uit het Frans[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord antiquair antiquairs
verkleinwoord antiquairtje antiquairtjes

Zelfstandig naamwoord

antiquair m

  1. (beroep) iemand die handelt in oude waardevolle voorwerpen
    • De antiquair maakte vervalsingen van oude meubelen. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen