antipathiek

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·ti·pa·thiek
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen antipathiek antipathieker antipathiekst
verbogen antipathieke antipathiekere antipathiekste
partitief antipathieks antipathiekers -

Bijvoeglijk naamwoord

antipathiek [1]

  1. gevoel van afkeer opwekkend
    • NRC Historicus Maarten van Rossem mag dan wel zijn reputatie van erudiete knorrepot tot imago hebben verheven, het maakt zijn kraakheldere opstellen er niet minder nuttig en soms kostelijk door. De draagbare Van Rossem [3] is het werk van een generalist. Zijn stukken over de Eerste Wereldoorlog, de Amerikaanse buitenlandse politiek 1920-1941, of het opstel over sociologisch onderzoek naar de middenklasse in de VS zijn het werk van een echte docent, die de zaken begrijpelijk maakt zonder op zijn hurken te gaan zitten. Dit type uiteenzettingen is geschikt voor een populair leerboek 20ste-eeuwse geschiedenis. De stukken met jeugdherinneringen aan de dreiging van een atomair armageddon, maar vooral columns over hem antipathieke politici als George W. Bush of Geert Wilders – zijn daarvoor te subjectief of te vluchtig.[2] 
    • Ook verder is werkelijk alles aan deze film onbeholpen. De gore is nooit opwindend of origineel en door de gebrekkige timing van regie en montage al helemaal niet schokkend. De personages zijn zo wezenloos opgezet dat ze geen van allen (zelfs de serie-moordenaar niet) werkelijk sympathiek of antipathiek worden. Aan authentieke sfeer ontbreekt het compleet: uit de slottitels blijkt dat er van de film ook een Engels nagesynchroniseerde versie zal komen (voor de Amerikaanse videomarkt?). Dat heeft in de aankleding geleid tot een schipperen tussen een Nederlands en een Amerikaans decor, met een troebel rommeltje in Niemandsland als resultaat. [3] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Elsbeth Etty 23 april 2016
  3. NRC Joyce Roodnat 31 oktober 1991
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be