antifibrinolyticumpje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·ti·fi·bri·no·ly·ti·cum·pje

Zelfstandig naamwoord

antifibrinolyticumpje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord antifibrinolyticum