antieken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·tie·ken
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord antieken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

antiekenmv

  1. personen of zaken die stammen uit de antieke oudheid
  2. personen of zaken die in de loop van de tijd bewezen hebben van zeer groot belang te zijn geweest
    • Hij kent zijn antieken. 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.