anticipatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·ti·ci·pa·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord anticipatie anticipaties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

anticipatie v [3]

  1. het vooruitlopen op iets
  2. (juridisch) het vervroegen van de rechtszitting
  3. beschikking over pas later inbare of vervallende bedragen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen