antibiotischers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·ti·bi·o·ti·schers

Bijvoeglijk naamwoord

antibiotischers

  1. partitief van de vergrotende trap van antibiotisch
    • Dat is iets antibiotischers...