antedateren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·te·da·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
antedateren
antedateerde
geantedateerd
zwak -d volledig

Werkwoord

antedateren

  1. inergatief van een eerdere datum zijn
    • Het vrij verkeer van personen antedateert het ontstaan van de verzorgingsstaat. 
  2. overgankelijk een eerdere datum op een document schrijven dan die van de huidige dag
    • De deurwaarder, die een dagvaarding antedateert, handelt onrechtmatig.[1] 
Schrijfwijzen
Antoniemen
Vertalingen

Verwijzingen

  1. blz 31, Nederlands burgerlijk procesrecht
    H.J. Snijders, C.J.M. Klaassen, G.J. Meijer
    Uitgeverij Kluwer, 2007
    ISBN 9013035043, ISBN 9789013035049

Meer informatie