antecedenten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·te·ce·den·ten

Zelfstandig naamwoord

antecedenten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord antecedent

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.