anorak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Anorak

Frans

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  anorak     l'anorak     anoraks     les anoraks  

Zelfstandig naamwoord

anorak m

  1. (warme) jack
    • La femme était elle-même engoncée dans un vaste anorak blanc qui lui faisait une silhouette d'ours polaire. [1]

Verwijzingen

  1. Serge Brussolo, Capitaine Suicide, 1992, Fleuve Noir, ISBN 2-265-04827-5)