annihileerde
Uiterlijk
- an·ni·hi·leer·de
| vervoeging van |
|---|
| annihileren |
annihileerde
- enkelvoud verleden tijd van annihileren
- Ik annihileerde.
- Jij annihileerde.
- Hij, zij, het annihileerde.
- Ik annihileerde.
- Het woord annihileerde staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.