anlegen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·le·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Duitse werkwoord legen met het voorvoegsel an-
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
anlegen
legte an
(hat) angelegt
zwak volledig scheidbaar

Werkwoord

anlegen

  1. overgankelijk, (scheepvaart) aanleggen, aanmeren
    «Wie konnte man früher mit Segelschiffen in den Hafen manövrieren und anlegen
    Hoe kon men vroeger met zeilschepen manoeuvreren in de haven en aanleggen?
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • im Hafen anlegen
in de haven aanleggen