anklet
Uiterlijk
- an·klet
- Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘korte sok’ voor het eerst aangetroffen in 1955 [1]
- uit het Engels [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | anklet | anklets |
| verkleinwoord |
de anklet m
- korte sok
- Het woord anklet staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "anklet" herkend door:
| 31 % | van de Nederlanders; |
| 19 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ "anklet" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ anklet op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 31 %
- Prevalentie Vlaanderen 19 %