animateur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ani·ma·teur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord animateur animateurs
verkleinwoord animateurtje animateurtjes

Zelfstandig naamwoord

animateur

  1. gangmaker
  2. (beroep) iemand die bezoekers van een evenement bij wijze van ontspanning bezighoudt
Verwante begrippen
Synoniemen
Vertalingen