anglicaans

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·gli·caans
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen anglicaans anglicaanser anglicaanst
verbogen anglicaanse anglicaansere anglicaanste
partitief anglicaans anglicaansers -

Bijvoeglijk naamwoord

anglicaans

  1. behorend bij de Engelse (anglicaanse) staatskerk

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie