anfertigen
Uiterlijk
- Geluid: anfertigen (hulp, bestand)
- IPA: / ˈanfɛrtɪgən /
- an·fer·ti·gen
| Naar frequentie | 16649 |
|---|
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| anfertigen |
fertigte an |
angefertigt |
| zwak | volledig | hulpwerkwoord: haben |
anfertigen
- aanmaken, een bepaalde substantie produceren, iets laten maken
- «Der Gemeinderat beschloss, einen Kostenvoranschlag anfertigen zu lassen.»
- De gemeenteraad heeft besloten een kostenraming te laten maken.
- «Der Gemeinderat beschloss, einen Kostenvoranschlag anfertigen zu lassen.»