androsteron

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·dros·te·ron
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord androsteron -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

androsteron o

  1. (biochemie) bepaald mannelijk hormoon

Gangbaarheid

40 % van de Nederlanders;
38 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen