Naar inhoud springen

ancre

Uit WikiWoordenboek
Ancre [1]
Ancre [2]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  ancre     l'ancre     ancres     les ancres  

ancre v

  1. (bouwkunde): anker, muuranker
  2. (bouwkunde): anker, grondanker
  3. (scheepvaart): anker
  4. (techniek): anker, van horloge
  5. (elektrotechniek): anker, rotor draaiend deel van motor/dynamo
  • [3]: jeter l'ancre
voor anker gaan, ankeren
  • [3]: être à l'ancre
voor anker liggen
  • [3]: lever l'ancre
ervandoor gaan
vervoeging van
ancrer

ancre

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van ancrer
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van ancrer
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van ancrer