anchois

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·chois
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Oudprovençaalse anchoia, dat via het Volkslatijn afkomstig is van het Oudgriekse ἀφύη.
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  anchois     l'anchois     anchois     les anchois  

Zelfstandig naamwoord

anchois m

  1. (vissen) ansjovis
    «Une salade d'anchois
    Een ansjovissalade.
    «Un baril, un flacon d'anchois
    Een tonnetje, een fles ansjovissen.
Afgeleide begrippen