anbud

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·bud
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Duitse zelfstandige naamwoord Angebot met het voorvoegsel an-
Naar frequentie 100262
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   anbud     anbudet     anbud     anbuda
anbudene  
genitief   anbuds     anbudets     anbuds     anbudas
anbudenes  

Zelfstandig naamwoord

anbud, o

  1. aanbod, offerte, voorstel
Opmerkingen

Zelfstandig naamwoord

anbud

  1. nominatief onbepaald onzijdig meervoud van anbud