analiste

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ana·lis·te
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van analist met het achtervoegsel -e
enkelvoud meervoud
naamwoord analiste analistes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

analiste v

  1. (beroep) een vrouw die voor haar beroep onderzoek doet in een laboratorium
    • Mijn tante was een analiste in het ziekenhuis. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.