analist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ana·list
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord analist analisten
verkleinwoord analistje analistjes

Zelfstandig naamwoord

analist m

  1. iemand die iets analyseert
    • Hij was altijd al een goede analist van wat er in de politiek gaande was. 
  2. (scheikunde), (medisch), (beroep) iemand die samenstellingen van stoffen nauwkeurig bepaalt
    • Ik heb deze stalen gisteren naar de analist gebracht en kreeg vanmorgen al de uitslag. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen