anakoloet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ana·ko·loet
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Grieks, in de betekenis van ‘niet-lopende zin’ voor het eerst aangetroffen in 1847 [1]
  • uit het Grieks [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord anakoloet anakoloeten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

anakoloet v/m

  1. (taalkunde) een zin waarvan twee delen grammaticaal niet bij elkaar passen, waardoor de uiting onzinnig wordt
    • Het is door deze anakoloet, want het klopt niet. 

Gangbaarheid

18 % van de Nederlanders;
14 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen