anakoloet
Uiterlijk
- ana·ko·loet
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | anakoloet | anakoloeten |
| verkleinwoord | - | - |
- (taalkunde) een fout in de zin, een zin waarvan twee delen grammaticaal niet bij elkaar passen, waardoor de uiting onzinnig wordt
- Het is door deze anakoloet, want het klopt niet.
- Het woord anakoloet staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "anakoloet" herkend door:
| 20 % | van de Nederlanders; |
| 16 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ anakoloet op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "anakoloet" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Taalkunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 20 %
- Prevalentie Vlaanderen 16 %