anachronisme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ana·chro·nis·me
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘fout m.b.t. tijdrekening’ voor het eerst aangetroffen in 1734 [1]
  • van het Griekse 'ana khrónon' (verspreid over de tijd) met het achtervoegsel -isme [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord anachronisme anachronismen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

anachronisme o

  1. een al dan niet gewilde inbreuk op of breuk in de chronologische consistentie van toestanden of gebeurtenissen
  2. persoon of zaak die niet thuishoort in het betrokken tijdvak
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen