amokmaker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • amok·ma·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord amokmaker amokmakers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

amokmaker m [1]

  1. persoon die in woedende razernij anderen ombrengt

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen